Zum Vertragsschluss im Inernet - niederländisch -

E-Commerce- und Webshoprecht


Home  |   Gesetze  |   Verkehrslexikon  |   Datenschutz  |   Impressum  |      

 



 


Welk nationaal recht is van toepassing als het om een contract tussen een Duitse consument en een Nederlandse web-shop gaat?

Siehe auch Internationales Privatrecht - Kollisionsrecht und Zuständigkeit




Om te voorkomen dat binnen de Europese markt door eenzijdige rechtskeuze in algemene voorwaarden de consumentenbescherming te kort schiet, hebben de Europese landen zich in hun eigen binnenlandse wetten regels gegeven, die bepalen, welke rechtsorde op een geschil van toepassing is. Deze regels zijn gebaseerd op het verdrag van Rome uit 1980.

Een mooie interpretatie van dit probleem - vanuit Nederlandse standpunt - leest men bij WiseMen Legal (Nederland), een juridisch dienstverlener met ruime nationale en internationale ervaring in de ICT-branche en marketing- & communicatiebranche. Op hun website (http://www.wisemen.nl/Read.php?PageID=804&PHPSESSID=721e54cd3b7a0b4450f90ce544fd6e0c) vindt men over het toepasselijke recht het volgende:
Naast het verdrag van Brussel geldt het verdrag van Rome. Dit verdrag bepaald welk rechtsstelsel van toepassing is bij een grensoverschrijdend handelsconflict. Hoofdregel van dit verdrag is de rechtskeuze: partijen kunnen per overeenkomst zelf bepalen van welk land het nationale recht van toepassing is op de overeenkomst. Indien er door een ondernemer geen rechtskeuzeclausule in de overeenkomst of algemene voorwaarden wordt opgenomen, dan geldt het recht van het land waarmee de overeenkomst het nauwst is verbonden. Dit is over het algemeen het land waar de partij die de kenmerkende prestatie moet verrichten haar verblijfplaats of vestiging heeft. Deze zogenaamde verwijzingsregels zijn direct toepasbaar indien het overeenkomsten betreft in een business-to-business situatie. Is echter een van de contractanten een ‘passieve consument’, dan wordt er afgeweken van deze hoofdregels. Het Verdrag van Rome heeft namelijk net zoals het verdrag van Brussel bijzondere en dwingende bepalingen ter bescherming van de consument. Op een grensoverschrijdende overeenkomst waarbij een der partijen een ‘passieve consument’ is, is het dwingende consumentenrecht van het land van de consument van toepassing. De passieve consument zal dus procederen onder het eigen nationale recht. De bedoeling van deze regel is dat hierdoor de consument beschermd wordt, doordat deze een beroep kan doen op het recht waarmee deze het meest vertrouwd is. In de praktijk betekent dit dat een ondernemer met tientallen rechtssystemen geconfronteerd kan worden. Deze situatie is met name nadelig voor het midden en klein bedrijf, aangezien het voeren van rechtzaken in verschillende landen en/of naar verschillende rechtstelsels een prijzige aangelegenheid is, waar veel bedrijven niet de middelen voor hebben. Het is begrijpelijk dat net zoals omschreven bij de hierboven beschreven Europese verordening de opvolger van het verdrag van Rome (het zogenaamde verdrag van Rome II), waarin de consumentenbescherming iets ruimer wordt uitgelegd, bij het midden en kleinbedrijf heeft geleid tot onrust.
Dat de latere richtlijn over de koop op afstand en de e-commerce-richtlijn geen inbreuk op deze regelingen van Rome wilden doen, volgt uit overweging nr. 23 van de e-commerce-richtlijn:
"(23) Deze richtlijn heeft niet ten doel aanvullende regels op het gebied van het internationale privaatrecht voor wetsconflicten vast te stellen en laat de bevoegdheden van de rechterlijke instanties onverlet. Bepalingen van het aan de hand van het internationale privaatrecht aangewezen toepasselijke recht mogen niet leiden tot een beperking van de vrijheid om diensten van de informatiemaatschappij aan te bieden zoals die zijn omschreven in deze richtlijn."
  • Richtlijn over de koop op afstand 97/7/EG (Nederlandse versie)

  • E-commerce-Richtlijn 2000/31/EG (Nederlands versie)

  • Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Nederlandstalige versie)


    En in een brief nr. 49 van 31 maart 2000 van de staatssecretaris van Economische Zaken G. Ybema aan de Tweede Kamer wordt gezegd:
    "Geldt de richtlijn alleen voor in Nederland gedane aankopen? Is de wet alleen van toepassing op in Nederland wonende personen of geldt de wet ook voor elders wonende personen die in Nederland aankopen doen?

    In mijn antwoord op deze vragen heb ik gesteld dat de richtlijn zo ruim kan worden geïnterpreteerd dat zij mede omvat gevallen waarin aankopen buiten het grondgebied van de lidstaten worden gedaan. Voorts kan de Nederlandse regelgeving ter implementatie van de richtlijn van toepassing zijn op consumenten die buiten Nederland woonachtig zijn en die in Nederland aankopen doen. ....

    Ter verduidelijking hiervan het volgende. Zoals reeds eerder is gezegd, heeft de richtlijn zelf geen rechtstreekse werking, maar moet deze door alle lidstaten in hun nationale regelgeving worden omgezet. Is de richtlijn eenmaal in Nederlandse wetgeving omgezet, dan geldt deze in het algemeen ook voor elders wonende personen die in Nederland aankopen doen ...

    Indien het in de overeenkomst aangewezen toepasselijke recht van een derde land niet hetzelfde niveau van bescherming biedt als de richtlijn, heeft de consument, ondanks toepasselijkheid van een ander aangewezen recht, toch aanspraak op de bescherming van de richtlijn als er een nauwe band bestaat tussen de overeenkomst en het grondgebied van een lidstaat.

    Die nauwe band kan aanwezig worden geacht, indien de consument zijn gewone verblijfplaats heeft in een staat waar de richtlijn geldt. ..."

    Als dat vanuit Nederland zo gezien wordt, waarom dan zich afvragen, hoezo ze het in Duitsland net zo doen als hier? Want dat gebeurt daar. De Duitse wetgever heeft de consumentenbeschermende regels van het verdrag van Rome in binnenlandse Duitse wetgeving omgezet in de artikelen 27, 28 en 29 EGBGB (Einführungsgesetz zum Bürgerlichen Gesetzbuch).

    Art. 27 EGBGB bepaald dat in eerste instantie het recht van toepassing is, dat van de contractpartijen werd gekozen (dus bijv. Nederlands recht als dat zo in de algemene voorwaarden staat). Art. 28 EGBGB geeft aan, welk recht van toepassing is als die partijen geen uitdrukkelijke keuze gemaakt hebben. Maar dan hebben we het nog met Art. 29 EGBGB te maken. En dit artikel zegt het volgende:
    (1) Bei Verträgen über die Lieferung beweglicher Sachen oder die Erbringung von Dienstleistungen zu einem Zweck, der nicht der beruflichen oder gewerblichen Tätigkeit des Berechtigten (Verbrauchers) zugerechnet werden kann, sowie bei Verträgen zur Finanzierung eines solchen Geschäfts darf eine Rechtswahl der Parteien nicht dazu führen, daß dem Verbraucher der durch die zwingenden Bestimmungen des Rechts des Staates, in dem er seinen gewöhnlichen Aufenthalt hat, gewährte Schutz entzogen wird,
    1. wenn dem Vertragsabschluß ein ausdrückliches Angebot oder eine Werbung in diesem Staat vorausgegangen ist und wenn der Verbraucher in diesem Staat die zum Abschluß des Vertrages erforderlichen Rechtshandlungen vorgenommen hat,

    2. ...

    3. ...
    (2) Mangels einer Rechtswahl unterliegen Verbraucherverträge, die unter den in Absatz 1 bezeichneten Umständen zustande gekommen sind, dem Recht des Staates, in dem der Verbraucher seinen gewöhnlichen Aufenthalt hat.

    ...
    Met andere woorden: In artikel 29 EGBGB staat niets anders dan dat, waarover alle Europese landen in Rome overeengekomen zijn.

    Dat het afsluiten van een internet-contract over een .de-website of een naar Duits vertaalde .nl-website altijd een offerte of een reclamehandeling in Duitsland is vooraf gegaan, zou eigenlijk voor niemand twijfelachtig zijn.

    Maar nou staat helaas nergens in een Europese richtlijn of in een wet, wat precies de voor het sluiten van een contract noodzakelijke rechtshandeling is. Daar helpt alleen de juridische commentaar-literatuur. En deze zegt dat de klik op de bestelbutton de uitslag gevende "Rechtshandlung" is, die - als laatste stap van de consument, voordat de verkoper de offerte aanneemt. - uiteindelijk tot het tot stand komen van het contract leidt.

    Staat dus volgens de Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, enz. ... vast, dat de Duitse rechter de bevoegdheid heeft, om over een geschil een uitspraak te doen, dan mag en moet hij voor deze uitspraak ook volgens art. 29 EGBGB Duits recht in acht nemen. Net zo als een Nederlandse rechtbank Nederlands recht aanwenden zou als het om een Nederlandse consument gaat die iets bij een Duitse webwinkel besteld heeft.







  •  Google-Anzeigen: