Hoezo mag een Duitse rechtbank over een Nederlandse webwinkel vonnissen?
 

E-Commerce- und Webshoprecht


 

Home  |   Verkehrslexikon  |   Datenschutz  |   Impressum  |      

 





 


Fliegender Gerichtsstand - Internationales Privatrecht - Zuständigkeit


Hoezo mag een Duitse rechtbank over een Nederlandse webwinkel vonnissen?

U krijgt een brief van een Duitse advocaat binnen. Daarin kunt U lezen, dat dit en dat op Uw Duitse XXL.de-website of op Uw van het Nederlands naar het Duits vertaalde XXL.nl-website fout is, omdat het niet overeen komt met de Duitse wetgeving op het gebied van jeugdbescherming of concurrentierecht of consumentenbescherming enz. In deze brief wordt U verzoekt een bijgevoegde zgn. "Unterlassungserklärung" te tekenen, waarin U belooft het genoemde gedrag toekomstig niet te herhalen of U zal een bepaalde geldbedrag als straf moeten betalen. Bovendien zou de advocaat die deze brief geschreven heeft zijn verrichting van U betaald willen krijgen.

In eerste instantie vraagt U zich natuurlijk af, hoe in gods naam een Duitse advocaat op de idee kan komen dat überhaupt op Uw moeizaam opgerichte webshop Duits recht van toepassing zou zijn. U bent uiteindelijk een Nederlandse ondernemer, die een .de-url heeft gekozen of de website vertaald heeft om met deze dienstverlening de Duitse klanten tegemoet te komen. Maar U was niet van plan om U en Uw bedrijf daardoor aan de Duitse wetten te onderwerpen.

Maar heelaas helpt U deze redenering niet echt verder.

Bekijken we dus allereerst, hoezo de Duitse rechter, die in het geval van weerstand tegen de "Abmahnung" uiteindelijk moet beslissen, of de verlangens van de boven genoemde Duitse advocaat terecht of onterecht naar voren werden gebracht, bevoegd zou zijn, over Uw webwinkel te oordelen.

Als U de "Unterlasssungserklärung" niet als gevraagd ondertekent dan zal de van de boven genoemde advocaat vertegenwoordigde concurrent naar de rechter stappen om hem te vragen, dat hij U onder bedreiging met een boete verbiedt het bekritiseerde gedrag voortaan verder te handhaven.

En hiermee komen we in moeilijke problemen van het internationaal privaatrecht en het internationaal burgerlijk procesrecht terecht.

Voordat de Duitse rechter zich afvraagt, of Uw gedrag goed of fout was, moet hij namelijk eerst de vraag beantwoorden of hij bevoegd is dergelijke overwegingen überhaupt te beginnen. Het gaat dus aanvankelijk alleen om de internationale bevoegdheid van de Duitse rechter.





En hierover bestaan wettelijke voorschriften die zowel in Nederland als ook in Duitsland werkzaam zijn.

Van toepassing is hiervoor de

Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Nederlandstalige versie - vervolgens EGVO genoemd).

Dat het een verordening van de EU betreft en niet een richtlijn is erg belangrijk. Want richtlijnen zijn onder privaten pas van toepassing wanneer de nationale wetgever de beginselen van de richtlijn heeft omgezet in nationale wetgeving. Bij een EG-verordening is dat immers niet nodig; verordeningen zijn vanaf het moment van in werking treden direct tussen privaten geldig. Dat betekent dat de genoemde verordening zowel van Duitse als ook van Nederlandse rechters onmiddellijk gehanteerd moet worden.

En wat zegt nu de EG-verordening over de bevoegdheit van de buitenlands rechter? Er bestaat een verschil tussen diverse gevallen. Laten we voor het gemak twee meest voorkomende voorbeelden noemen:

  1. Een concurrent op de Duitse markt is van mening, dat een Nederlands bedrijf door het verzwijgen van zijn identiteit (gebrek van een duidelijk impressum waaruit blijkt dat het om een buitenlands eigenaar gaat) de regels met betrekking tot een redelijke concurrentie overtredt. Het maakt niet uit of het Nederlands bedrijf een .de-domein handhaaft of gewoon op zijn Nederlandse website een vertaling naar het Duits heeft aangebracht. Door een .de-domein of een naar het Duits vertaalde website de gebruiken laat het Nederlands bedrijf zien, dat het hem daarom gaat, Duitse klanten op de Duitse internetmarkt voor zich te winnen. Omdat de concurrent ook in Duitsland bezig is en omdat de potentiele klanten ook de site in Duitsland lezen is Duitsland de plaats waar de inbreuk op de concurrentieregels plaatsvindt. Onredilijke concurrentie wordt als onrechtmatige daad beschouwd.

    En artikel 5 nr. 3 EGVO bepaald:
    "Een persoon die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, kan in een andere lidstaat voor de volgende gerechten worden opgeroepen: ...

    ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad: voor het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen;
    ..."
    Dus het wet geeft de Duitse rechter in dit geschil de bevoegdheid om over een dergelijke overtreding recht te spreken.

  2. Een consumentenvereniging vindt dat de algemene voorwaarden van een op de Duitse markt gericht Nederlands bedrijf niet in overeenstemming zijn met de Europese of binnenlandse wettelijke regels over de consumentenbescherming.
    Voorbeeld: het Nederlandse bedrijf heeft gewoon zijn Nederlandse algemene voorwaarden vertaald en gaat ervan uit dat het herroepingsrecht binnen zeven dagen uitgeoefend mag worden, terwijl deze termin in Duitsland tenminste veertien dagen moet zijn.
    In dit geval wordt in artikel 15 bepaald:
    1. Voor overeenkomsten gesloten door een persoon, de consument, voor een gebruik dat als niet bedrijfs- of beroepsmatig kan worden beschouwd, wordt de bevoegdheid geregeld door deze afdeling, onverminderd artikel 4 en artikel 5, punt 5, wanneer
    ...

    3. ... de overeenkomst is gesloten met een persoon die commerciële of beroepsactiviteiten ontplooit in de lidstaat waar de consument woonplaats heeft, of dergelijke activiteiten met ongeacht welke middelen richt op die lidstaat, of op meerdere staten met inbegrip van die lidstaat, en de overeenkomst onder die activiteiten valt.
    Voor alle zekerheid heeft de Europese wetgever noch in artikel 17 gezegd:
    Van deze afdeling kan slechts worden afgeweken door overeenkomsten:

    1. gesloten na het ontstaan van het geschil,

      of

    2. die aan de consument de mogelijkheid geven de zaak bij andere gerechten dan de in deze afdeling genoemde aanhangig te maken,

      of

    3. waarbij een consument en zijn wederpartij, die op het tijdstip waarop de overeenkomst wordt gesloten woonplaats of hun gewone verblijfplaats in dezelfde lidstaat hebben, de gerechten van die lidstaat bevoegd verklaren, tenzij het recht van die lidstaat dergelijke overeenkomsten verbiedt.
    Hiermee wordt uitgesloten dat een Nederlandse ondernemer in zijn voor de Duitse markt bestemde algemene voorwaarden probeert, Nederlands recht contractueel van toepassing te verklaren.

    Dus ook op het gebied van consumentenbescherming ligt in wezen de bevoegdheid bij de rechter van dat land waar de consument zijn woonplaats heeft.

De vraag naar de bevoegdheid van Duitse rechters is daarmee beantwoordt. Maar dat was maar alleen de vraag met betrekking tot de internationale burgerlijke rechtsvordering. Daarnaast rijst dan de volgende vraag: Welk nationaal recht moet de rechter in gevallen van grensoverschrijdende geschillen gebruiken? De bevoegdheid betekent namelijk nog niet, dat hij vanzelfsprekend Duitse wetten mag toepassen. Deze vraag kan niet beantwoord worden uit de EGVO. De antwoord moet de - bevoegde - rechter alsnog zoeken in het internationaal privaatrecht. Daarover meer in een volgend stuk.









 Google-Anzeigen: